Zondagochtend, een tijdstip waarop normale mensen koffie drinken en naar buiten kijken, na een vroege ochtend waarin max weer gestart is, maar waar Ut Zeuvende de kicksen strikt alsof het de Champions League-finale is. Of in elk geval alsof er daarna bier is. En dat was maar goed ook, want alle spelers waren nodig in deze strijd tegen Roosendaal 10. Tot verbazing van iedereen stond hij daar toch ineens in de ochtend: Stijn Palings, de man die de dag ervoor nog een hardlooptraining had gedaan die iedere fysiotherapeut spontaan doet zweten. Toch wist hij een paar minuten mee te pakken. Het was niet duidelijk of hij rende of rolde, maar hij was erbij. De man die ooit door zijn moeder werd uitgeroepen tot “de beste keeper van Gastel”. Een titel die sindsdien nooit officieel is bevestigd. Vandaag stond hij er weer, weliswaar met spierpijn op plekken waarvan hij niet wist dat ze bestonden. Maar zoals Ronald zei, niet miepen Stijn.
Daarmee was alles gezegd. T zijn de mannen van vroeger niet meer. In de 2e helft, de man die minder beweegt dan een verkeerspaal in windkracht 12: Jan. De stilstaande spits. De rots in de branding. De speler die zonder te sprinten toch buiten adem raakt. Maar vandaag gebeurde het: Hij scoorde. Geen mens weet hoe. Sommigen zeggen dat de bal simpelweg tegen hem aanvloog. Anderen beweren dat hij één keer daadwerkelijk een stap zette. Maar hoe dan ook: het net zwiepte en het scoreblad liegt nooit. Eindstand 3-0, overwinning met karakter en kramp. Ondanks de 2 bakken speksaus blonk de ranzige reporter uit door afwezigheid...